...de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Het vrijwilligerswerk heeft sinds een aantal jaar te maken met een nieuwe wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

 

De Wmo gaat ervan uit dat mensen verantwoordelijk zijn voor zichzelf en hun eigen leefomgeving. Dit is verwoord in de volgende uitgangspunten:

  • Alle burgers doen mee aan álle facetten van de samenleving.
  • Om mee te doen worden burgers zo nodig geholpen door vrienden, familie of bekenden.
  • Als dit niet lukt, is er ondersteuning vanuit de gemeente. De gemeente moet er daarom voor zorgen dat er geen drempels zijn voor deelname aan de samenleving.
  • Niet alleen wordt hiermee meer verantwoordelijkheid gelegd bij de burger, maar ook bij de gemeenten. Taken die vroeger bij de landelijke overheid lagen, worden nu bij de gemeentelijke overheid gelegd. Het idee hierachter is dat gemeenten beter zicht hebben op de plaatselijke situatie dan de rijksoverheid en dus beter in staat moeten zijn om maatwerk te leveren.

 

De rol van de gemeente

Gemeenten moeten zich volgens de Wmo bezighouden met negen zogenoemde prestatievelden. In de balk hiernaast kunt u vinden welke prestatievelden dit zijn. Het vierde prestatieveld gaat specifiek over vrijwilligerswerk, maar ook de andere acht hebben duidelijk raakvlakken met het vrijwilligerswerk.

De gemeente mag zelf bepalen hoe ze de maatschappelijke ondersteuning organiseert. Gemeenten moeten volgens de Wmo eens per vier jaar een beleidsplan vaststellen, gebaseerd op de negen prestatievelden. Gemeenten moeten bovendien verantwoording afleggen aan de eigen inwoners in plaats van aan het rijk. Hiermee wordt het belangrijk voor de gemeente om alle partijen goed te betrekken bij het ontwikkelen van het beleid.